4. Beleidsplan 2016 - 2021



Voortgaande op hogergenoemde vaststellingen willen we ons ziekenhuis toekomstgericht verankeren als het kwalitatieve en servicegerichte 2de lijnsziekenhuis van de Rupelstreek en de zorgregio Boom. Er werden daartoe 24 strategische doelstellingen benoemd voor de volgende 5 jaren. Deze vertrekken allen vanuit de 5 kernwaarden van onze organisatie. Aanvullend werden ook al een reeks operationele doelstellingen (OD) met tijdsperspectief bepaald.

Belangrijke kritische succesfactor om dit alles te laten slagen is een betere verpleegkundige omkadering op de hospitalisatiediensten.  Dit is meegenomen in de meerjarenbegroting om gerealiseerd te worden vanaf de 2de helft van 2016.

Een 2de belangrijke kritische succesfactor is te kunnen investeren in medische disciplines en apparatuur die niet meteen rendabel zijn doch die van groot belang zijn om de zorgactiviteit in functie van de noden uit te bouwen en te verankeren. Daartoe werd een medisch investeringsfonds (MIF) uitgewerkt dat vanaf 2016 operationeel zal zijn.

 

1. Zorg en aandacht voorop

1.1 Het verder uitbouwen van tenminste 1 extra speerpunt binnen het VAP model tegen 2018. Waarbij we ons richten op goed afgelijnde electieve zorg en dit zowel qua service als qua zorgkwaliteit op zeer hoog niveau brengen en borgen naar de toekomst.

1.2 Het verder uitbouwen van ten minste 2 nieuwe multidisciplinaire focusklinieken (one stop principe) tegen 2018.

1.3 Het veiligstellen van de zorgcontinuïteit:

1.3.1 In pediatrische zorg voor neonati in het kader van het dagziekenhuis en behoud van de materniteit (2016).

1.3.2 In alle cruciale diensten door over minstens 2 specialisten te kunnen beschikken binnen het ziekenhuis of binnen een samenwerkingsverband in de groepering al dan niet via gezamenlijke stagedienst tegen 2019.

1.3.3 Continuïteit is ook nodig door naar een meer gezamenlijk patiëntenbeleid per discipline te gaan in de meeste diensten tegen 2020.

1.3.4 Om continuïteit te kunnen veilig stellen zullen ook middelen ter beschikking moeten komen tegen 2016 om tijdelijk de opstart van weinig lucratieve disciplines te ondersteunen vanuit het MIF.

1.4 Kwaliteit van zorg kenbaar maken. Een minder groot ziekenhuis moet zijn kwaliteit van zorg extra bewaken en bekendmaken om zijn plaats in het zorglandschap te kunnen blijven claimen. Daarom:

1.4.1 Nemen we deel aan het publieke luik inzake kwaliteitsdata VIP² tegen 2016.

1.4.2 Investeren we veel tijd en middelen in het behalen van een internationale accreditering tegen december 2017 en gaan we voor een proefaudit begin 2017.

1.4.3 Maken we een meer jareninvesteringsplan medische apparatuur tegen 2016.

1.4.4 Kopen we tegen 2016 een "track and trace"-systeem voor chirurgische instrumenten en endoscopen dat we in gebruik nemen tegen eerste helft 2017.

1.4.5 Werken we systematisch verder aan onze reeds zeer goede ziekenhuisspecifieke sterfte (HSMR). Zo zal tegen 2017 het EWS (Early Warning System) worden ingevoerd.

1.4.6 Optimaliseren we onze doorlooptijden voor tijdskritische pathologie (o.a. beroerte en Acuut Myocard Infarct) tegen 2017.

1.4.7 Borgen we de noodzakelijke kwaliteit van zorg met een professioneel inscholings- en bijscholingsprogramma. Daartoe werven we in 2016 een deeltijds opleidingsverantwoordelijke aan en werken we aan een "HFR academie" tegen 2019.

1.4.8 Is een performanter EPD cruciaal voor een correcte informatieoverdracht en efficiëntere werking. We beslissen tegen eind 2016 welk pakket dit wordt. De effectieve implementatie dient afgerond tegen eind 2019.

1.4.9 Tevens zullen we in het kader van de permanente vorming investeren in een ziekenhuisbreed vaardigheidslab voor de basisvaardigheden tegen 2016. De bijzondere vaardigheden zullen op niveau groepering worden meegenomen.

1.5 De aandacht voor de patiënt verhogen. Omdat de tijdsdruk van verpleging en artsen vaak hoog is en mantelzorg soms schaars krijgt de patiënt niet steeds de benodigde aandacht. Daarom:

1.5.1 Is in de inscholing het topic "Aandachtig luisteren en gericht communiceren" zeer belangrijk en zal dit worden opgenomen tegen 2018.

1.5.2 Worden bijscholingen m.b.t. communicatie voorzien tegen 2017.

1.5.3 Zullen we de vrijwilligerswerking verder uitbouwen tegen 2017 zodat onder meer palliatieve en geriatrische patiënten die weinig bezoek hebben meer aandacht en gezelschap krijgen.

1.5.4 Zullen we de bezoekuren uitbreiden op de meeste diensten in 2016, omdat de aandacht voor een patiënt nog steeds het hoogst is bij zijn familie en vrienden en schaffen we de bezoekuren af in de eenpersoonskamers waar mogelijk.

 

 

 

2. Wederzijds respect

2.1 Projectmatig leren werken met respect van ieders inbreng en expertise. Respect begint bij het meenemen van ieders expertise en invalshoek in belangrijke operationele beslissingen. Tegen 2017 willen we daarom projectmatig te werk gaan bij grote veranderingen zoals veranderingen van afdelingen, nieuwe zorgmogelijkheden, verandering van zorgprocessen en invoeren van nieuw beleid. We moeten breed draagvlak en betrokkenheid hebben van in het begin zodat het een "gezamenlijk" project wordt. Daartoe zal tegen 2017 een halftijdse projectmedewerker (i.s.m. groepering) worden aangeworven voor de duur van 3 jaar.

2.2 Gepast communiceren. Respect vertaalt zich ook in een gepaste wijze van communiceren, niet zelden komt formele informatie te traag of niet tot bij alle medewerkers en artsen. Daartoe zijn meerdere acties noodzakelijk:

2.2.1 Het verder openstellen van alle beschikbare informatie voor alle artsen tegen 2016.

2.2.2 Het werken met een nieuwsflash met relevante belangrijke info naar gerichte doelgroepen tegen 2017.

2.2.3 Het inrichten van communicatietraining voor artsen en verpleegkundigen tegen 2017.

2.2.4 Het gebruik maken van gerichte communicatietools (SBAR) om meer objectief en efficiënter te communiceren tegen 2017.

2.3 Het invoeren van een "second victim"-beleid voor artsen en medewerkers tegen 2017. Soms kunnen incidenten niet enkel leiden tot aanzienlijke schade bij het slachtoffer maar ook tot aanzienlijke psychische schade bij de zorgverleners. Een professionele opvang na een incident is dan ook essentieel.

2.4 Het invoeren van een internationaal geldende gedragscode voor iedereen tegen 2018 teneinde de correct werkende medewerkers en artsen maximaal te ondersteunen en de enkelen die zich niet aan cruciale afspraken houden te sensibiliseren en responsabiliseren.

2.5 Het respect voor de patiënt begint met hem/haar te betrekken in de zorg. Dit kan zowel door hen zo veel mogelijk in hun zelfstandigheid te laten, als door hen actief te laten meedenken in de therapeutische keuzemogelijkheden. Ook dit aspect dient meegenomen in communicatietrainingen voor medewerkers en artsen en in het inscholingsbeleid tegen 2018.

 

3. Samenwerking in vriendschap

3.1 Samenwerking intern (artsen-directie-bestuur) intensifiëren: de reeds opgestarte versterking van gezamenlijke besluitvorming (POC) dient meer inhoud te krijgen. Voorstellen van beslissingen dienen proactief en via gemotiveerde nota te worden overlegd. Post hoc en ad hoc overleg moet tegen 2021 de uitzondering worden.

3.2 Samenwerking intern (verpleegkundigen-artsen) optimaliseren: het nieuwe Q&S-team (2015) verenigt de medische en verpleegkundige invalshoek inzake kwaliteit. Naar analogie willen we tegen 2021 in minstens de helft van onze diensten een daadwerkelijke duowerking medisch /verpleegkundig realiseren.

3.3 Samenwerking intern (artsen) stimuleren: tegen uiterlijk 2018, liefst eerder, willen we dat alle disciplines regelmatig (minimaal 2x per jaar) dienstoverleg hebben.

3.4 Samenwerking intern (artsen) faciliteren via een gericht aanwervingsbeleid. Tegen eind 2016 willen we een HRM- en aanwervingsbeleid voor artsen gericht op complementariteit met bestaande activiteiten en expertises, gericht op teamgeest en met een streven op lange termijn naar 1 discipline = 1 associatie.

3.5 Samenwerking met 1stee lijn uitbouwen: we willen de (diabetes)symposia verderzetten met huisartsen en met patiënten en gestructureerde overlegmomenten met huisartsen realiseren (vb casusbesprekingen, aftoetsen beleid,...). De in 2015 aangegane samenwerking met SEL TOM (1ste lijnsactoren en andere 2de lijnsactoren) dient vertaald te worden in een operationele meerwaarde voor patiënten en medewerkers. We stellen ons tot doel om tegen 2021 met de huisartsen tenminste 2 gezamenlijke (1ste en 2de lijn) zorgpaden uit te werken.

3.6 Samenwerking met 2de lijn uitbouwen: gezien de beleidsevolutie op federaal en Vlaams niveau en de dalende behoefte aan klassieke hospitalisatie is een schaalvergroting noodzakelijk om onze zorgregio optimaal te bedienen: zowel inzake tijdskritische zorg, inzake volumecriteria, als inzake het kunnen bijblijven met internationale kwaliteitsvereisten. Daartoe zal tegen 2021 een intentieverklaring tot fusie aangegaan worden met een geschikte partner waarbij het ziekenhuis trouw blijft aan zijn waarden en dus de populatie van de Rupelstreek optimaal van zorg blijft voorzien.

3.7 Samenwerking met de 3de lijn verder verdiepen: sinds 1/1/2015 participeren we aan de groepering UZA-Monica. Een verdere gestructureerde samenwerking dient tegen 2021 minstens te resulteren in een gezamenlijk aanbod aan bijscholingen, aan stageplaatsen, een gezamenlijk aantal protocollen voor pathologie die dient verwezen naar de 3de lijn en een gezamenlijk vormgegeven verwijs en terugverwijsbeleid dat ook effectief gemonitord wordt. Belangrijk om in 2016 ontmoetingen tussen verschillende diensten te faciliteren.

3.8 Samenwerking met patiënten opzetten: er dient bekeken te worden met welke patiëntenverenigingen (vb. NABORAM) actief kan worden samengewerkt en hoe informatie over patiëntenverenigingen beter kan verspreid worden naar de patiënten tegen 2017. Dit kan ook helpen om een sterker imago op te bouwen naar de bredere bevolking toe. Nood aan een stappenplan in 2016 met wat we kunnen bieden en hoe zover te komen.

 

4. Alle mensen welkom

4.1 Zorghiaten aanpakken: met een groeiende bevolking van meer dan 145.000 inwoners in de zorgregio Boom heeft deze streek absolute nood aan goede 2de lijnszorg. Om deze te blijven borgen is in de toekomst schaalvergroting nodig (zie 3.6) en is ook een onderzoek naar het gezamenlijk invullen van belangrijke zorghiaten noodzakelijk. Daarom zal overleg opgestart worden om samen met de groepering en met St.-Jozef Bornem een volledige inventarisatie op te maken van de 2de lijnszorghiaten en een voorstel uit te werken naar het Vlaams beleidsniveau toe tegen 2018. Voor 2 prangende problemen, namelijk pediatrische zorg en palliatieve zorg, dient dit reeds tegen 2017 te gebeuren.

4.2 Financiële toegankelijkheid bewaken: over de financiële toegankelijkheid dient te worden gewaakt omdat ziekenhuis en artsen steeds meer middelen trachten te verwerven vanuit extra patiënten bijdragen. Daarom dient werk gemaakt te worden van een analyse van mensen met betalingsmoeilijkheden en een specifieke regeling voor hen tegen 2018. Bovendien wordt een professionele begrotings- en beleidscyclus ingevoerd in 2016.

 

5. Leven in schoonheid

5.1 De goede sfeer behouden: de schoonheid van mensen kan om te beginnen zichtbaar worden in een goede interne sfeer. Daartoe zijn doelstellingen 2 (respect) en 3 (samenwerking) essentieel.

5.2 De schoonheid van de mens in al zijn (kwetsbare) aspecten dient verder gekoesterd:

5.2.1 Dit kan onder meer door de ontmoetingsmomenten zoals die bijvoorbeeld georganiseerd worden voor diabetespatiënten extra te ondersteunen en uit te breiden tegen 2018. Zo is hier ook nood aan voor oncologische patiënten.

5.2.2 Dit kan ook door meer aandacht te geven (zie 1.5).

5.2.3 Dit kan ook via aangenamere wachtruimten en gangen die uitnodigen voor onderling gesprek en het meer aan het woord laten van onze patiënten zelf in onze publicaties, onze website en in onze interactieve communicatieschermen tegen 2019.

5.3 De te krappe behuizing van aantal diensten dient dringend aangepakt:

5.3.1 Nood aan extra consultatieruimten (o.a. pediatrie) tegen 2016.

5.3.2 Nood aan centrale endoscopie-unit met internistisch daghospitaal tegen 2017.

5.3.3 Nood aan meer CAD-mogelijkheden tegen 2017.

5.3.4 Nood aan meer dagziekenhuisopname tegen 2017.

5.4 Een verderzetting van het moderniseringsprogramma van bepaalde diensten:

5.4.1 Renoveren kamers materniteit en 3 bijkomende moderne arbeids/verlosbedden en installeren centrale monitoring in 2016.

5.4.2 Vernieuwen arbeids- / verloskamers tegen 2018.

5.4.3 Vernieuwen N* tegen 2019.

5.4.4 Aanpassingen INZO (wachtkamer, gesprekslokaal, overlegruimte, sas,...) tegen 2017.

5.4.5 Renoveren kamers C2 tegen 2019.

5.4.6 Verfraaien inkom tegen 2018.

5.4.7 Moderniseren / verhuizen cafetaria tegen 2018.

5.4.8 Verfraaien wachtzalen tegen 2017.

5.4.9 Moderniseren aankoopbeleid en voorraadbeheer tegen 2017.

Deze 24 strategische doelstellingen werden nog verder opgedeeld in operationele doelstellingen (= activiteitenlijst) per werkingsjaar, dit vormt ons jaarlijks beleidsmatig actieplan.

 

Patiëntenfolders: